ECLI:NL:CRVB:2024:244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging passendheid dagbesteding en afwijzing maatwerkvoorziening individuele begeleiding
Appellante, met lichamelijke en psychische klachten, beschikte over een maatwerkvoorziening voor dagbesteding van zes dagdelen per week, welke door het college werd beëindigd omdat zij gebruik kon maken van een algemene voorziening, het Huiskamerproject. Na een melding en onderzoek stelde het college vast dat appellante voor twee dagdelen per week gebruik kon maken van deze algemene voorziening en voor de overige vier dagdelen een maatwerkvoorziening ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het Huiskamerproject als algemene voorziening passend was en dat de zoon van appellante voldoende ondersteuning bood bij financiën en post. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat de algemene voorziening niet passend was vanwege culturele en taalbarrières, dat zij recht had op individuele begeleiding voor financiën en post, en dat de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig had gehandeld, het medisch advies en ondersteuningsplan voldoende waren gemotiveerd, en dat het Huiskamerproject voldeed aan de randvoorwaarden. Er waren geen aanwijzingen dat de zoon niet hielp in de periode in geding, waardoor geen maatwerkvoorziening nodig was. De ingangsdatum van 31 oktober 2019 was terecht vastgesteld, ondanks een periode zonder maatwerkvoorziening.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de algemene voorziening passend is en wijst het hoger beroep af.