ECLI:NL:CRVB:2024:2404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft per 11 maart 2019 een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na een medische en arbeidskundige beoordeling stelde het UWV vast dat zij geschikt was voor zes geselecteerde functies met een arbeidsongeschiktheid van 23,75%. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft dan door het UWV aangenomen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. Appellante ging in hoger beroep en vroeg om een onafhankelijke deskundige vanwege twijfel over de medische beoordeling. De Centrale Raad van Beroep benoemde verzekeringsarts Rammeloo en psychiater Nieuwdorp, die een uitgebreider onderzoek uitvoerden en verdergaande beperkingen constateerden, vooral op psychisch en lichamelijk gebied.
Het UWV paste daarop de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan, maar bleef bij de conclusie dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies. De Raad volgde het standpunt van de onafhankelijke deskundige en de arbeidsdeskundige dat appellante ondanks de beperkingen de functies kan vervullen. De Raad oordeelde dat het hogere beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.