ECLI:NL:CRVB:2024:2361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante, een stichting, had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een besluit van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten omdat het hoger beroep was ingetrokken en heeft vervolgens geoordeeld dat het UWV de proceskosten moet vergoeden die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep. De reeds in de nieuwe beslissing op bezwaar vergoede kosten voor bezwaar werden buiten beschouwing gelaten.
De proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 1.750,- voor het beroep en € 875,- voor het hoger beroep, plus een vergoeding van het griffierecht van in totaal € 913,-. Het UWV is veroordeeld deze kosten te vergoeden aan appellante.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2024 en betreft een toepassing van de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.