ECLI:NL:CRVB:2024:230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Tijdens de procedure nam het UWV op 16 november 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarmee het bestuursorgaan volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad behandelde het verzoek tot proceskostenvergoeding gelijktijdig met een andere zaak en stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de kosten kan worden veroordeeld. De proceskosten werden begroot op €3.937,50 voor bezwaar en hoger beroep samen, en daarnaast werd een vergoeding van €172,73 toegekend voor de factuur van de verzekeringsarts die betrekking had op de zaak.
Ook werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €181. De totale proceskostenvergoeding komt daarmee op €4.110,23. De uitspraak werd gedaan door M.L. Noort namens de Centrale Raad van Beroep op 8 februari 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante wegens intrekking van het hoger beroep na tegemoetkoming.