Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1942 en vervolgde in de zin van de Wuv, heeft een verzoek ingediend voor een voorziening voor verhuis- en herinrichtingskosten. Dit verzoek werd door de Sociale verzekeringsbank afgewezen omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk of medisch sociaal-wenselijk was in relatie tot de psychische klachten van appellant.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep van appellant beoordeeld en geoordeeld dat de medische gegevens en het advies van de geneeskundig adviseur geen medische noodzaak voor de verhuizing aantonen. De verhuizing was vooral ingegeven door emotionele redenen na het overlijden van de echtgenote en praktische overwegingen zoals de grootte van de woning en de nabijheid van familie.
De Raad concludeert dat de financiële situatie van appellant, hoewel genoemd, niet relevant is voor de beoordeling van de voorziening. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand, en appellant krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor verhuis- en herinrichtingskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.