ECLI:NL:CRVB:2024:225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering en toekenning WGA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem per 22 februari 2021 een IVA-uitkering toe te kennen, omdat zijn volledige arbeidsongeschiktheid volgens hem duurzaam is. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, maar oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank vond dat het UWV met een aanvullend medisch rapport voldoende had gemotiveerd waarom de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen wel duurzaam zijn, onder meer vanwege diabetes, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht geen IVA-uitkering heeft toegekend. De medische rapporten geven aan dat er nog behandelmogelijkheden zijn en dat herstel mogelijk is. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en concludeert dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Het hoger beroep wordt verworpen en de toekenning van de WGA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant recht heeft op een WGA-uitkering en niet op een IVA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.