ECLI:NL:CRVB:2024:2113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet-verzekerde eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant heeft zich in 2016 ziekgemeld met psychische klachten en heeft meerdere perioden van arbeidsongeschiktheid en herstel gehad. Na diverse dienstverbanden vroeg hij in 2021 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 1 februari 2020, waarna de uitkering werd geweigerd omdat appellant op die datum niet verzekerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de datum van 1 februari 2020 reëel was, mede omdat appellant tussen 2017 en 2018 volledig had gewerkt en er geen doorlopende arbeidsongeschiktheid was. Appellant voerde aan dat een eerdere datum toepasselijk was, maar kon dit niet onderbouwen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad bevestigde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht was vastgesteld op 1 februari 2020, mede vanwege het begin van intensieve behandeling bij de GGZ. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant op de vastgestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet verzekerd was.