ECLI:NL:CRVB:2024:2071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsongeschiktheid
Appellante, geboren in 1993, heeft na het afronden van een HBO-opleiding gewerkt tot zij zich in februari 2021 ziek meldde. Na beëindiging van haar dienstverband en afwijzing van aanvragen voor Werkloosheidswet- en Ziektewetuitkeringen, vroeg zij een Wajong-uitkering aan op grond van diverse medische aandoeningen waaronder autisme en ME/CVS.
Het UWV voerde verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uit en concludeerde dat appellante op haar achttiende verjaardag en de vijf jaar daarna wel over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank bevestigde dit oordeel na zorgvuldige toetsing van de medische rapporten en het arbeidsverleden, en verwierp het beroep van appellante.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een psychiatrisch onderzoek ontbrak en bracht zij een nieuw psychiatrisch verslag in. De Raad concludeerde echter dat de medische situatie rond de achttiende verjaardag minder ernstig was dan de huidige toestand en dat er geen sprake was van duurzaam verlies van arbeidsvermogen binnen vijf jaar na die datum.
De Raad vond het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende gemotiveerd en overtuigend, zag geen reden tot het benoemen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van duurzaam arbeidsongeschiktheid.