ECLI:NL:CRVB:2024:2042
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late betaling griffierecht afgewezen
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Appellante deed vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, met als reden dat zij enkele weken in een retraitecentrum verbleef vanwege persoonlijke omstandigheden, ondersteund door een brief van haar huisarts. De Raad oordeelde echter dat de termijn voor het indienen van het verzet niet was nageleefd en dat de opgegeven reden onvoldoende was om het verzuim te verontschuldigen.
De Raad stelde vast dat uit de medische verklaring niet bleek wanneer appellante precies in het retraitecentrum verbleef, waardoor geen aanleiding was om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 oktober 2024.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.