ECLI:NL:CRVB:2024:1995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen appellant
Appellant vroeg op 25 mei 2022 een Wajong-uitkering aan vanwege een mobiliteitsbeperking en lichamelijke klachten. Het UWV voerde een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uit en concludeerde dat appellant weliswaar tijdelijk geen arbeidsvermogen had, maar deze situatie niet duurzaam was. Daarom werd de uitkering geweigerd.
Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde het UWV in het gelijk. Appellant voerde aan dat hij de diagnose dystrofie had en niet aaneengesloten kon werken, maar kon dit niet met concrete medische stukken onderbouwen. De Raad concludeert dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat appellant op de aanvraagdatum over arbeidsvermogen beschikte.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de eerdere uitspraak, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant op de aanvraagdatum over arbeidsvermogen beschikte.