ECLI:NL:CRVB:2024:1991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ZW-uitkering per 23 februari 2020 na deskundigenonderzoek
Appellante, werkzaam als jongerenwerker en woonbegeleider, meldde zich in augustus 2018 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde in januari 2019 vast dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en trok daarom haar ZW-uitkering per 23 februari 2020 in. Appellante voerde aan dat zij verdergaand beperkt was, onder meer door een psychiatrische aandoening en lichamelijke klachten, en diende een contra-expertise in.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische beoordeling van het UWV voldoende was gemotiveerd. In hoger beroep schakelde de Centrale Raad van Beroep psychiater prof. dr. Koerselman in als onafhankelijke deskundige. Zijn rapport van november 2023 concludeerde dat de beperkingen van appellante op de datum in geding adequaat waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van oktober 2020 en dat er geen urenbeperking op energetische of preventieve gronden bestond.
De Raad volgde het deskundigenrapport en verwierp de stellingen van appellante over aanvullende beperkingen, waaronder de vermeende invloed van een bipolaire stoornis, PTSS, en lichamelijke klachten zoals elleboogproblemen en allergieën. Ook de recente diagnose MS werd niet als relevant voor de datum in geding beoordeeld. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de ZW-uitkering per 23 februari 2020.