ECLI:NL:CRVB:2024:1970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen per 27 januari 2020 en 24 januari 2022, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Zij stelt dat zij meer medische beperkingen heeft dan door het UWV is vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en beoordeeld of het UWV terecht heeft besloten geen WIA-uitkering toe te kennen. De medische en arbeidskundige onderzoeken van het UWV zijn zorgvuldig en voldoende onderbouwd bevonden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er slechts een lichte toename van beperkingen was, niet voldoende om het recht op een WIA-uitkering te rechtvaardigen.
De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellante en dat haar mate van arbeidsongeschiktheid 0% bedraagt. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen blijft in stand.