ECLI:NL:CRVB:2024:1948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering begeleiding re-integratie als zelfstandig ondernemer voor Wajong-gerechtigde
Appellant, een Wajong-gerechtigde met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, verzocht begeleiding van het UWV bij het starten als zelfstandig ondernemer, inclusief hulp bij het opstellen van een bedrijfsplan en financiële steun. Het UWV weigerde dit in het werkplan Wajong van 19 januari 2022, omdat uit medische en arbeidskundige rapporten bleek dat appellant duurzaam arbeidsvermogen heeft maar niet geschikt is voor zelfstandig ondernemerschap vanwege zijn beperkingen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat zelfstandig ondernemerschap niet passend is. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onjuiste informatie gebruikte en onvoldoende rekening hield met zijn situatie, maar bracht geen overtuigend tegenbewijs.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat appellant beperkingen heeft in het inschatten van eigen mogelijkheden, omgaan met stress en nieuwe situaties, en behoefte heeft aan structuur en begeleiding. Het zelfstandig ondernemerschap overschrijdt deze belastbaarheid door solitaire eindverantwoordelijkheid, onvoorspelbaarheid en gebrek aan structuur.
Het hoger beroep wordt verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en de weigering van het UWV gehandhaafd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant te begeleiden bij het starten als zelfstandig ondernemer.