Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV is geweigerd op grond van het oordeel dat appellant arbeidsvermogen bezit. Zowel een verzekeringsgeneeskundig als een arbeidskundig onderzoek concludeerden dat appellant in staat is om gedurende ten minste één uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar is, en dat hij over basale werknemersvaardigheden beschikt.
De rechtbank Limburg heeft het bezwaar van appellant tegen deze weigering ongegrond verklaard, waarbij zij het medisch en arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beoordeelde. Appellant voerde aan dat zijn problematiek ernstig en toegenomen is, met voortdurende begeleiding nodig voor dagelijkse activiteiten, maar kon dit niet met nieuwe objectieve gegevens onderbouwen.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd, aangevuld met rapporten uit eerdere Ziektewet- en WIA-procedures. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze aanvullingen niet zien op de periode in geding en onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant in die periode arbeidsvermogen had.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant in de periode in geding over arbeidsvermogen beschikte.