ECLI:NL:CRVB:2024:1912
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens te laat ingediend hoger beroep en niet tijdig betaald griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond, maar dit hoger beroep is door de Raad niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellante heeft hiertegen verzet ingesteld, dat op zitting is behandeld en waarbij zij gelegenheid kreeg haar stellingen nader te onderbouwen.
De Raad overweegt dat de beroepstermijn zes weken bedroeg en liep tot 21 maart 2022, terwijl het hoger beroepschrift pas op 30 maart 2022 is ontvangen. Appellante heeft geen voldoende onderbouwing geleverd voor de vertraging, ondanks het aanvoeren van gebrekkige postbezorging en klachten hierover. Ook de stelling dat het hoger beroep eerder was ingediend maar retour was gekomen, is niet aannemelijk gemaakt.
Ten aanzien van het griffierecht is vastgesteld dat appellante tijdig is gewezen op de betalingstermijn, die is verstreken op 24 juni 2022. De betaling vond pas plaats op 11 juli 2022, na afloop van de termijn. Een verzoek om vrijstelling is niet tijdig ingediend en de verklaring van een maatschappelijk werker bereikte de Raad niet binnen de termijn. De stelling van gebrekkige postbezorging faalt ook hier.
Gelet op het voorgaande verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege te laat ingediend hoger beroep en niet tijdige betaling van het griffierecht.