ECLI:NL:CRVB:2024:1884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging mate arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-uitkering
Appellant, voormalig allround medewerker, werd sinds 31 december 2018 ziekgemeld met psychische klachten. Het UWV kende hem op 20 januari 2021 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 57,18%. Na bezwaar wijzigde het UWV de mate naar 66,49%, zonder gevolgen voor de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geduide functies passend waren.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn medische beperkingen, verwijzend naar eerdere medische rapporten. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant aanvullend beperkt was bij werkzaamheden met verhoogd persoonlijk risico, maar de urenbeperking bevestigde. Het UWV stelde daarop een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op waarin deze beperking werd opgenomen.
De arbeidsdeskundige beoordeelde dat drie van de vier functies medisch geschikt waren, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid op 66,49% bleef. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit, ondanks aanvankelijke gebreken, in hoger beroep voldoende onderbouwd was en dat appellant hierdoor niet benadeeld werd. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 66,49% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.