ECLI:NL:CRVB:2024:1882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant was sinds 9 juli 2020 ziekgemeld en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 14 oktober 2021 en opnieuw per 6 juni 2022, omdat appellant volgens medische en arbeidsdeskundige beoordelingen meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen onvoldoende werden erkend en dat de geduide functies niet geschikt waren.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de belastbaarheid van appellant overtuigend had gemotiveerd. De arbeidsdeskundige had op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst passende functies geselecteerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en vroeg om een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV en concludeerde dat de medische informatie van appellant onvoldoende nieuw was en dat de beoordeling van het UWV juist was. Er was geen aanleiding voor een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden besluiten werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.