Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1865

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2024
Publicatiedatum
3 oktober 2024
Zaaknummer
24/322 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake een socialezekerheidszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 4 april 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.

Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep het UWV te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep. Het UWV diende geen verweerschrift in, en een zitting werd achterwege gelaten.

De Raad overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. Aangezien het UWV al kosten had vergoed in de bezwaarfase en de rechtbank een kostenveroordeling had uitgesproken, bleef alleen de beoordeling van de in hoger beroep gemaakte kosten over.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van € 875,- aan proceskosten en het betaalde griffierecht van € 138,-. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 2 oktober 2024.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 875,- en griffierecht van € 138,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

24/322 WW
Datum uitspraak: 2 oktober 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 januari 2024, 23/832 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.G.C. van Ingen hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 4 april 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 april 2024 volledig aan haar bezwaren is tegemoetgekomen. Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase en de rechtbank al een kostenveroordeling in eerste aanleg heeft uitgesproken, moet de Raad nog slechts oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,-).
Ook moet het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 875,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2024.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) M.D.F. de Moor