ECLI:NL:CRVB:2024:1860
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen wegens niet tijdig ingediend bezwaar
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees op 24 januari 2019 de aanvraag van appellant voor een AOW-pensioen af. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd gehandhaafd door de Svb op 10 juni 2020. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van appellant ongegrond op 27 januari 2021, waartegen geen hoger beroep werd ingesteld.
Op 14 december 2022 wees de Svb het verzoek tot herziening van het oorspronkelijke besluit af. Appellant maakte hiertegen opnieuw bezwaar, maar de Svb verklaarde dit bezwaar op 4 april 2023 niet-ontvankelijk wegens te late indiening en het ontbreken van een geldige reden voor de termijnoverschrijding.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde aan dat ziekte de reden was voor de late indiening en overhandigde medische stukken, maar deze waren onvoldoende onderbouwd en dateren van maanden na het verstrijken van de bezwaartermijn. De Raad concludeert dat appellant geen goede reden heeft gegeven voor de overschrijding en bevestigt het oordeel van de rechtbank.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de AOW-aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.