ECLI:NL:CRVB:2024:178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure werd een onafhankelijk deskundige benoemd die rapporten uitbracht. Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij de uitkering op grond van de Ziektewet per 9 april 2019 werd voortgezet, waarmee aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen.
Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV stemde in met een proceskostenvergoeding conform het oordeel van de Raad.
De Raad oordeelde dat het UWV de kosten van appellant in beroep en hoger beroep redelijkerwijs moet vergoeden, inclusief de kosten van rechtsbijstand en het betaalde griffierecht. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €3.937,50 plus €178 aan griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door S. Wijna namens de Centrale Raad van Beroep op 1 februari 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht.