ECLI:NL:CRVB:2024:1754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid en geschil over benutbare mogelijkheden per 23 augustus 2018
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage door het UWV, stellende dat hij volledig arbeidsongeschikt is vanwege ernstige psychische problematiek en geen benutbare mogelijkheden heeft. Het UWV stelde het percentage vast op 75,62% na een uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek, inclusief rapporten van verzekeringsartsen en een onafhankelijke psychiater.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die een ernstige persisterende depressieve stoornis vaststelde, maar onvoldoende onderbouwde dat deze ook op de datum in geding aanwezig was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep betwistte dit en concludeerde dat er geen sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid volgens het Schattingsbesluit.
De Raad oordeelde dat de conclusies van de verzekeringsarts beter onderbouwd en navolgbaar waren dan die van de deskundige. De beperkingen en de geschiktheid van geselecteerde functies werden voldoende gemotiveerd. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard, het eerdere besluit van 10 december 2018 vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld op 75,62% per 23 augustus 2018.