ECLI:NL:CRVB:2024:1750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het UWV om hem per 7 februari 2022 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant betwist dit en stelt dat hij meer beperkingen heeft dan vastgesteld, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Den Haag heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. De Raad onderschrijft deze beoordeling en stelt vast dat appellant onvoldoende medische gegevens heeft aangeleverd om het tegendeel te bewijzen.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het UWV terecht heeft geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.