ECLI:NL:CRVB:2024:172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verhoging Wajong-uitkering naar 75% minimumloon
Appellant ontving sinds 2011 een Wajong-uitkering die in 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon vanwege arbeidsvermogen. Na een verzoek tot verhoging stelde het UWV in 2022 vast dat appellant vanaf 1 januari 2021 duurzaam volledig arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd verhoogd naar 75%.
Appellant betwistte de ingangsdatum en stelde dat deze eerder had moeten ingaan, namelijk per 1 januari 2020 of 1 augustus 2020, onderbouwd met medische stukken en het verslag van de professionele driehoek uit mei 2020. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de UWV-keuze voor 1 januari 2021 terecht was, mede omdat appellant geen eerdere wijziging in gezondheidstoestand had doorgegeven.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad vond dat de achteruitgang in functioneren glijdend verliep zonder duidelijke knik en dat er op het moment van het verslag in 2020 nog ruimte was voor verbetering. Ook was er geen medische onderbouwing voor een eerdere verslechtering dan 1 januari 2021. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ingangsdatum van de verhoging van de Wajong-uitkering terecht is vastgesteld op 1 januari 2021.