ECLI:NL:CRVB:2024:1657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante vroeg op 4 april 2022 een Wajong-uitkering aan vanwege een leerstoornis en diverse lichamelijke en psychische aandoeningen. Het UWV concludeerde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat zij arbeidsvermogen heeft en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij ten minste vier uur per dag belastbaar is en eenvoudige werkzaamheden kan verrichten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onterecht de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV overnam zonder eigen onderzoek en dat de procedure niet eerlijk was. Zij verzocht om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen onvolkomenheden zijn in de medische beoordeling en dat de rapporten zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd zijn.
Verder faalt het beroep op het beginsel van equality of arms omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in een ongelijke positie verkeerde of belemmeringen ondervond bij het overleggen van medische informatie. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsvermogen had en wijst het hoger beroep af, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft.