ECLI:NL:CRVB:2024:1629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante werkte als laborante en ontving sinds 2017 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige betrokken waren, werd vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het UWV beëindigde daarom haar uitkering per 19 november 2022.
Appellante betwistte dit besluit en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft, zowel psychisch als fysiek, waardoor zij haar eigen functie en de geselecteerde functies niet kan verrichten. Zij overhandigde medische informatie van haar behandelend psychiater en ziekenhuizen in Turkije, maar deze werd door de Raad onvoldoende onderbouwd bevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en stelt vast dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist zijn uitgevoerd. Er is geen aanleiding om een deskundige te benoemen of de mate van arbeidsongeschiktheid anders vast te stellen.
Het hoger beroep wordt verworpen, waarmee de beëindiging van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.