ECLI:NL:CRVB:2024:1621

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
16 augustus 2024
Zaaknummer
24/1358 WAJONG 95
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:57 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:104 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen afwijzing voorlopige voorziening

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die haar verzoek om een voorlopige voorziening heeft afgewezen. De voorzieningenrechter had het verzoek kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Volgens artikel 8:104, tweede lid, onder d van de Awb, kan tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep worden ingesteld. Appellante stelde dat de rechtbank zonder zitting had geoordeeld op basis van artikel 8:57, eerste lid, Awb, waardoor hoger beroep wel mogelijk zou zijn. Dit is echter onjuist omdat de uitspraak van de voorzieningenrechter is gedaan en niet van de bestuursrechter.

De Raad concludeert dat het hoger beroep afstuit op het appelverbod en verklaart zich daarom onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De beslissing is zonder zitting genomen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen wegens appelverbod.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 augustus 2024
24/1358 WAJONG 95
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 6 juni 2024, 24/2500 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [naam] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

Met de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het verzoek van appellante om voorlopige voorziening afgewezen. Dit is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 8:104, tweede lid, onder d van de Awb bepaalt dat tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep kan worden ingesteld. Dit staat ook opgenomen in de rechtsmiddelenclausule onderaan de aangevallen uitspraak.
De gemachtigde van appellante voert aan dat de rechtbank zonder zitting uitspraak heeft gedaan onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid van de Awb, en dat om die reden wel hoger beroep openstaat.
Dit is echter onjuist, aangezien in dit geval niet de bestuursrechter, maar de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. Zoals vermeld onder 1.3 van de uitspraak heeft de voorzieningenrechter het verzoek kennelijk ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Anders dan appellante meent, ligt in dit geval artikel 8:57 van Pro de Awb niet ten grondslag aan het doen van uitspraak zonder zitting. Dit betekent dat het hoger beroep van appellante afstuit op het appelverbod zoals neergelegd in artikel 8:104, tweede lid, onder d van de Awb.
De Raad acht zich daarom kennelijk onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Deze beslissing wordt zonder zitting gedaan, op grond van de artikel 8:108, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 8:54, eerste lid, onder a van de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.D. Streefkerk, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2024.
(getekend) J.D. Streefkerk
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.