ECLI:NL:CRVB:2024:1580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Limburg zijn de besluiten gehandhaafd. De Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep tegen deze uitspraken.
De medische en arbeidskundige onderzoeken door het UWV zijn zorgvuldig uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen van appellante vastgesteld en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die appellante kan vervullen, waarmee haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
Appellante betwist de medische beoordeling en verwijst naar een eigen verzekeringsarts, maar de Raad acht het oordeel van de UWV-arts overtuigend en voldoende gemotiveerd. Er is geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige in te schakelen. De Raad bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De weigering van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.