Uitspraak
11 oktober 2023, 21/4772
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende brief.
Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het griffierecht tijdig worden betaald om ontvankelijk te zijn in hoger beroep. Het niet betalen is alleen niet toerekenbaar indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad heeft geen bijzondere omstandigheden kunnen vaststellen die het niet tijdig betalen van het griffierecht zouden verontschuldigen.
Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en is er geen inhoudelijke behandeling van de zaak geweest. Er is ook geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander met griffier A. Giesen op 1 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verschoonbare omstandigheden.