ECLI:NL:CRVB:2024:1528

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
30 juli 2024
Zaaknummer
23/3211 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een zaak betreffende sociale zekerheid. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat in strijd is met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende beroepsgronden binnen gestelde termijnen alsnog in te dienen. Door een eerste verzendfout werden de brieven abusievelijk naar een verkeerd adres gestuurd, maar na correctie op 12 februari 2024 is appellante opnieuw een termijn van vier weken gegeven. Deze termijnen zijn door appellante ongebruikt voorbijgegaan. Ook een aangetekende brief van 14 maart 2024 met een laatste termijn en waarschuwing voor niet-inhoudelijke behandeling is onbeantwoord gebleven.

Gezien het ontbreken van gronden en het niet benutten van de herstelmogelijkheden is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 juli 2024.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 26 juli 2024
23/3211 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
4 oktober 2023, 23/1379
Partijen:
[appellante] uit [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brieven van 6 december 2023 en 8 januari 2024 is appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Deze brieven zijn echter abusievelijk verzonden naar het verkeerde adres. Op 12 februari 2024 is de brief naar het juiste adres verzonden met wederom een termijn van vier weken voor het indienen van de gronden.
Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 14 maart 2024 is aan appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2024.
(getekend) A. van Gijzen
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.