ECLI:NL:CRVB:2024:1517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door dakloze
Appellant ontving vanaf maart 2020 bijstand als dakloze met een verlaagde norm vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats. Het college voerde onderzoek uit naar de opgegeven verblijfsadressen, maar trof appellant niet aan. Ondanks verzoeken om informatie over zijn verblijfplaatsen, weigerde appellant deze te verstrekken.
Het college trok de bijstand per 22 juli 2020 in en vorderde de kosten over die periode terug. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard omdat hij zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellant niet reageerde op meerdere verzoeken en niet kon worden aangetroffen op opgegeven adressen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de brieven niet had ontvangen en dat het onderzoek onvoldoende was, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek en de eerdere bevindingen voldoende waren om het besluit te handhaven. De intrekking en terugvordering blijven daardoor in stand en appellant moet het bedrag van €185,47 terugbetalen. Proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.