ECLI:NL:CRVB:2024:1509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op 78,77% bij WIA-uitkering
Appellant was sinds januari 2017 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na herbeoordeling door het UWV werd de mate van arbeidsongeschiktheid per 30 december 2020 vastgesteld op 78,77%. Appellant betwistte dit en stelde dat hij meer beperkingen heeft, mede vanwege verslavings- en psychische problematiek, en dat de geselecteerde functies niet passend zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een schadevergoeding toe wegens termijnoverschrijding. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft extra beperkingen aangenomen waar passend, maar de medische stukken gaven geen aanleiding tot meer beperkingen. De Raad oordeelt dat de verslavingsproblematiek en psychische aandoeningen niet leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Ook de arbeidskundige beoordeling is door de Raad onderschreven. De geselecteerde functies zijn geschikt voor appellant. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen wegens ontbreken van wapenongelijkheid. Het hoger beroep wordt afgewezen en de WGA-vervolguitkering blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid is juist vastgesteld op 78,77% en het hoger beroep wordt afgewezen.