ECLI:NL:CRVB:2024:1505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks klachten
Appellante ontving sinds februari 2021 een ZW-uitkering wegens zwangerschaps- en bevallingsklachten en meldde zich ziek met rug-, bekkenklachten en psychische problemen na de bevalling. Het UWV beëindigde de ZW-uitkering per 24 mei 2022 na een bedrijfsartsbeoordeling die haar geschikt achtte voor haar eigen werk.
Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat haar lichamelijke en psychische klachten, waaronder PTSS, haar arbeidsongeschiktheid bevestigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend was en dat de klachten niet waren onderbouwd met geobjectiveerde structurele afwijkingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad concludeerde dat de psychische klachten op de datum in geding niet voldeden aan de criteria voor arbeidsongeschiktheid en dat de lichamelijke klachten onvoldoende objectief waren onderbouwd. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 24 mei 2022 wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.