ECLI:NL:CRVB:2024:1440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die zich ziekmeldde met psychische klachten en voor het laatst als vrachtwagenchauffeur werkte, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze per 10 maart 2022 toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zowel de arts als de arbeidsdeskundige van het UWV stelden vast dat appellant geschikt is voor meerdere functies, waaronder zijn oude werk.
Appellant voerde aan geen benutbare mogelijkheden te hebben en niet te kunnen deelnemen aan het arbeidsproces, onderbouwd met medische brieven en informatie over autismespectrumstoornis. De rechtbank oordeelde echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant niet zodanig waren dat hij geen passende functies kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat de medische beoordeling, inclusief de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst, geen aanleiding geeft tot twijfel. Ook de arbeidskundige beoordeling bevestigt dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.