Uitspraak
14 december 2023, 23/2601
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, hetgeen een vereiste is op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De gemachtigde van appellante is tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen een gestelde termijn in te dienen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verlopen. Er zijn geen redenen aangevoerd die dit verzuim kunnen verontschuldigen.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter C. Karman in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 11 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.