Uitspraak
8 mei 2023, 22/2889, 22/2890 en 22/2891
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro, omdat het geen gronden van het beroep bevatte en er geen schriftelijke machtiging van een gemachtigde was overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk in de gelegenheid gesteld deze gebreken binnen een gestelde termijn te herstellen. Deze brieven zijn zelfs tweemaal verzonden, waarbij telkens een termijn van vier weken werd gegeven. Appellante heeft deze termijnen ongebruikt laten verstrijken zonder enige verontschuldiging.
Gezien het ontbreken van de noodzakelijke beroepsgronden en machtiging en het uitblijven van herstel, verklaart de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door C. Karman, in aanwezigheid van griffier A. Giesen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en schriftelijke machtiging.