Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1406

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 mei 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
23/557 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet behandeld dat was ingesteld tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van appellante. Het hogerberoepschrift was ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken na verzending van het proces verbaal van de mondelinge uitspraak.

Appellante voerde aan dat problemen met de postbezorging bij haar gemachtigde de late ontvangst van de uitspraak veroorzaakten, waardoor het hogerberoepschrift niet tijdig kon worden ingediend. De Raad constateerde echter dat de uitspraak aangetekend was verzonden en dat er tweemaal geprobeerd was deze te bezorgen, maar dat de termijn voor het instellen van hoger beroep begint te lopen vanaf de datum van verzending, niet ontvangst.

De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, mede omdat van een professioneel gemachtigde verwacht mag worden dat hij bekend is met de wettelijke regels omtrent termijnen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 mei 2024
23/577 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2022, 22/3753 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appelante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 3 juli 2023 heeft de Raad het door gemachtigde van appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. S. Karkache verzet ingediend.
Het verzet is behandeld op de zitting van 12 april 2024. Namens appellante is mr. Karkache verschenen. Het college heeft laten weten niet te zullen verschijnen.

OVERWEGINGEN

De Raad heeft in de uitspraak van 3 juli 2023 het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
In verzet voert de gemachtigde van appellante aan dat het kantoor al een paar maanden problemen met PostNL ondervind. Er loopt een klacht omdat de postbezorger geen aangetekende stukken heeft afgegeven en daarnaast ook geen ophaalbrieven heeft achtergelaten. De aangevallen uitspraak is pas op 25 januari 2023 door gemachtigde van appellante ontvangen. Het hoger beroepschrift kon daarom niet eerder worden ingediend.
De aangevallen uitspraak is een mondelinge uitspraak en is gedaan op 12 december 2022. De uitspraak is op 20 december 2022 aan de gemachtigde van appellante verzonden. De Raad gaat er op basis van de verklaring van de gemachtigde vanuit dat appellante de uitspraak op 25 januari 2023 heeft ontvangen.
Volgens artikel 6:9, tweede lid, van de Awb is bij verzending per post een (hoger)beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De termijn om hoger beroep in te stellen tegen een mondelinge uitspraak is zes weken na verzending van het proces verbaal van de uitspraak. Uit het proces verbaal blijkt dat dit op de zitting is meegedeeld. Dat betekent dat de termijn om hoger beroep in te stellen afliep op 31 januari 2023. Het hoger beroepschrift is van 14 februari 2023. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift is daardoor overschreden.
De gemachtigde van appellante heeft zich beroepen op problemen met de postbezorging. Uit het dossier blijkt dat de uitspraak aangetekend is verzonden en uit de gegevens van PostNL blijkt dat er tweemaal is geprobeerd de uitspraak te bezorgen bij het kantoor van de gemachtigde, beide keren buiten kantoortijd. Uit het overzicht met verzendstatus informatie kan onvoldoende worden afgeleid of bij de gemachtigde van appellante een afhaalbewijs is achtergelaten nadat de bezorging aan zijn adres niet was gelukt. Dit maakt echter niet dat de termijnoverschijding verschoonbaar is. De gemachtigde van appellante heeft immers verklaard de uitspraak op 25 januari 2023 te hebben ontvangen en dat is ruim voor het verstrijken van de termijn om hoger beroep in te stellen.
De gemachtigde van appellante heeft op de zitting verklaard dat hij ervan uitging dat de termijn van zes weken ging lopen nadat hij de uitspraak heeft ontvangen. Dit is onjuist. Zoals ook in de aangevallen uitspraak is overwogen vangt de termijn aan met de verzending. Van de gemachtigde van appellante, als professioneel rechtshulpverlener, mag worden verwacht dat hij bekend is met deze regel dan wel zich daarvan op de hoogte stelt. De termijnoverschrijding kan daarmee aan hem worden toegerekend.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) S.C. Scholten