ECLI:NL:CRVB:2024:1395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening dagbesteding wegens beschikbaarheid algemene voorziening
Appellante, geboren in 1952, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een maatwerkvoorziening voor dagbesteding in de vorm van een persoonsgebonden budget. Het college wees de aanvraag af omdat appellante gebruik kan maken van algemene voorzieningen, zoals activiteiten bij de Stichting 010.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. Appellante stelde in hoger beroep dat de algemene voorzieningen niet passend zijn omdat zij de Nederlandse taal niet machtig is en liever activiteiten met andere Spaanstaligen bezoekt.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad achtte aannemelijk dat appellante, die al 40 jaar in Nederland woont, de Nederlandse taal voldoende beheerst om deel te nemen aan de multinationale activiteiten van de algemene voorziening. Daarom is het beroep ongegrond en wordt het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de maatwerkvoorziening bevestigd.