ECLI:NL:CRVB:2024:1338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen appellant
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd, maar het UWV weigerde deze toe te kennen op grond van arbeidsvermogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellant, ondanks psychische beperkingen, met begeleiding in staat is lichte taken uit te voeren gedurende vier uur per dag. Appellant voerde aan dat zijn arbeidsrelatie in België niet normaal was vanwege een relatie met de teamleider en dat hij niet in staat is langdurig te werken.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het hoger beroep en concludeerde dat appellant geen nieuwe onderbouwing had geleverd en dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant arbeidsvermogen heeft, mede gelet op zijn eerdere arbeidsverleden en contractverlengingen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat appellant geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Tevens werd bepaald dat appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd gedaan door C.F.E. van Olden-Smit op 4 juli 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen van appellant.