ECLI:NL:CRVB:2024:1317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke besteding opgenomen geld
Appellant diende op 5 augustus 2020 een aanvraag om bijstand in. Tijdens onderzoek bleek dat hij tussen april en juni 2020 ruim €15.000,- contant had opgenomen. Appellant gaf wisselende verklaringen over de besteding van dit geld, waaronder het aflossen van schulden in het buitenland en het overhandigen aan derden, maar leverde geen verifieerbare bewijsstukken.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling en wees deze later af wegens onduidelijkheid over de financiële situatie. Een tweede aanvraag werd eveneens buiten behandeling gesteld omdat appellant ook toen geen bewijsstukken aanleverde. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de besluiten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen, maar slaagde er niet in nieuwe of overtuigende informatie te verstrekken. De Raad oordeelde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van concrete bewijsstukken over de besteding van het opgenomen geld en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd afgewezen en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag en de buitenbehandelingstelling worden bevestigd wegens onvoldoende bewijs over de besteding van opgenomen geld.