ECLI:NL:CRVB:2024:1316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag dubbele kinderbijslag wegens onvoldoende intensieve zorg
Appellante vroeg dubbele kinderbijslag aan voor haar dochter, die lijdt aan het Legius Syndroom SPRED 1 mutatie. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de dochter volgens het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) geen intensieve zorg nodig heeft zoals vereist onder het Besluit uitvoering kinderbijslag. De zorgscore van de dochter werd vastgesteld op één punt, terwijl minimaal vier punten vereist zijn voor kinderen van zes tot negen jaar.
De rechtbank Den Haag verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. Appellante voerde aan dat het CIZ geen zorgvuldig onderzoek had gedaan en overhandigde medische adviezen die een hogere zorgscore suggereren. De rechtbank oordeelde echter dat deze adviezen onvoldoende gemotiveerd waren en dat het CIZ-advies deugdelijk was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het CIZ zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief telefonisch contact met appellante en een begeleider, en dat de aanvullende medische adviezen van het CIZ de eerdere conclusies ondersteunden. De Raad vond de betwisting van appellante onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat de aanvraag terecht was afgewezen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
De uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in aanwezigheid van griffier N. el Khabazi, op 4 juli 2024.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag wordt afgewezen omdat de dochter niet voldoet aan de criteria voor intensieve zorg.