ECLI:NL:CRVB:2024:127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering permanente ontheffing artikel 9-verplichtingen Participatiewet
Appellant ontvangt sinds 1998 bijstand en heeft meerdere tijdelijke ontheffingen gekregen van de arbeids- en tegenprestatieverplichtingen op grond van artikel 9 van Pro de Participatiewet (PW). Ondanks adviezen van Parnassia om psychische klachten te behandelen, heeft appellant geen behandeling gevolgd. Het college verleende in 2020 opnieuw een tijdelijke ontheffing, maar weigerde een permanente ontheffing omdat appellant geen begin van bewijs leverde voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college verplicht was een verzekeringsgeneeskundig onderzoek te laten uitvoeren om te beoordelen of hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelt dat het aan appellant was om medische gegevens te overleggen die een begin van bewijs vormen. Meerdere tijdelijke ontheffingen en dezelfde medische problematiek zijn onvoldoende om dit aan te tonen, zeker omdat appellant geen behandeling heeft ondergaan.
De Raad bevestigt dat het college geen onderzoek hoefde te laten verrichten en dat het besluit tot weigering van permanente ontheffing terecht is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam blijft in stand. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van permanente ontheffing blijft in stand.