ECLI:NL:CRVB:2024:1213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-vervolguitkering
Appellante was commercieel medewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 42%. Na een verzoek tot herbeoordeling stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 september 2019 vast op 56,69%, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen ernstiger waren en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV beoordeeld en geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat de beperkingen onjuist zijn vastgesteld.
De Raad concludeerde dat de medische informatie na de datum in geding niet relevant is voor de beoordeling van de situatie per 1 september 2019. De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid blijft daardoor ongewijzigd, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is vastgesteld op 56,69%.