ECLI:NL:CRVB:2024:1198
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak herzieningsverzoek ANW-uitkering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Sociale verzekeringsbank (Svb) over haar rechten op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege te late indiening en wees het verzet hiertegen ongegrond. Ook het verzoek om herziening van deze uitspraak werd door de rechtbank afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Appellante is het niet eens met deze uitspraken en stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelt echter dat hij zich onbevoegd moet verklaren omdat het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep mogelijk is.
De Raad benadrukt dat hoewel hij in principe bevoegd is om hoger beroep te behandelen tegen uitspraken over herzieningsverzoeken, dit niet geldt wanneer het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, Awb, waarvoor artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, Awb, het hoger beroep uitsluit.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep van appellante, waarmee het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak over het herzieningsverzoek.