ECLI:NL:CRVB:2024:1182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als huishoudelijk medewerkster, meldde zich in 2019 en opnieuw in 2022 ziek. Het UWV weigerde een Ziektewet-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door bevoegde artsen en dat de belastbaarheid van appellante juist was vastgesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat zij niet fysiek door een verzekeringsarts was onderzocht en dat er sprake was van bewijsnood. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was, dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de keuze voor geen fysiek onderzoek overtuigend motiveerde en dat de klachten van appellante onvoldoende aanleiding gaven voor extra beperkingen.
De Raad bevestigde dat er geen reden was een onafhankelijke deskundige te benoemen en dat het beginsel van equality of arms niet was geschonden. Het hoger beroep werd verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewet-uitkering blijft in stand.