ECLI:NL:CRVB:2024:1179

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 juni 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
22/663 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbArt. 7:15 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit hoger beroep in nadat het UWV op 12 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam waarin volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen.

Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van de proceskosten van zowel de bezwaarprocedure als het hoger beroep. De Raad stelde vast dat de kosten van de bezwaarprocedure niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat appellant geen beroepsmatige rechtsbijstand had tijdens die procedure.

Wel werden de kosten voor de door een deskundige verleende rechtsbijstand in hoger beroep en het griffierecht toegewezen. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 1.220,46, inclusief een vergoeding voor de werkzaamheden van een verzekeringsarts en het griffierecht van € 136.

De Raad besloot het UWV te veroordelen tot betaling van deze kosten aan appellant. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het hoger beroep werd gesloten.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 juni 2024
22/663 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
18 januari 2022, 20/6448 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.A.M. van der Geld, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 12 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten voor de bezwaarprocedure en het hoger beroep.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 juli 2023 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure en van het hoger beroep.
Nu aan appellant tegemoet is gekomen, ziet de Raad aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken.
De kosten van de bezwaarprocedure komen niet voor vergoeding in aanmerking. Op grond van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kan een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb of een vergoeding van de kosten als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb (onder meer) uitsluitend betrekking hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Appellant heeft zelf bezwaar gemaakt. Tijdens de bezwaarprocedure is geen sprake geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De kosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep worden, ingevolge het Bpb, begroot op € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Appellant heeft een reactie van de door hem ingeschakelde deskundige van het Expertise Instituut ingediend. De werkzaamheden van de verzekeringsarts (2 uren in 2023) komen voor vergoeding in aanmerking. Conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt daarbij uitgegaan van een maximaal uurtarief van € 142,75. Dit betekent dat voor de werkzaamheden een bedrag van € 345,46 wordt vergoed (inclusief omzetbelasting).
In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 1.220,46.
Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.220,46;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2024.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) S.P.A. Elzer