ECLI:NL:CRVB:2024:1179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit hoger beroep in nadat het UWV op 12 juli 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam waarin volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen.
Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van de proceskosten van zowel de bezwaarprocedure als het hoger beroep. De Raad stelde vast dat de kosten van de bezwaarprocedure niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat appellant geen beroepsmatige rechtsbijstand had tijdens die procedure.
Wel werden de kosten voor de door een deskundige verleende rechtsbijstand in hoger beroep en het griffierecht toegewezen. De totale proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 1.220,46, inclusief een vergoeding voor de werkzaamheden van een verzekeringsarts en het griffierecht van € 136.
De Raad besloot het UWV te veroordelen tot betaling van deze kosten aan appellant. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het hoger beroep werd gesloten.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.