ECLI:NL:CRVB:2024:1171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige geschiktheid
Appellante was ziekgemeld sinds augustus 2020 na een bedrijfsongeval en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 11 december 2021 omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar loon kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen groter zijn dan aangenomen, vanwege diverse klachten zoals PTSS, migraine en concentratieproblemen. De Raad oordeelde echter dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep deze klachten heeft meegewogen en voldoende gemotiveerd waarom de beperkingen niet verder zijn aangescherpt. Ook de arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De beëindiging van de ZW-uitkering blijft daarmee in stand. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht is en verklaart het hoger beroep ongegrond.