ECLI:NL:CRVB:2024:1148
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel betaalde uitkering wegens niet gemelde inkomsten nabestaandenpensioen
Appellante, geboren in 1928, ontving een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). In mei 2023 verzocht zij om herziening van haar uitkering. Uit onderzoek bleek dat zij sinds december 2013 een nabestaandenpensioen ontving dat niet was gemeld aan de Sociale verzekeringsbank (SVB).
Verweerder stelde de uitkering met terugwerkende kracht vast op nihil en vorderde het teveel betaalde bedrag van ruim €49.855 terug. Appellante betwistte de terugvordering en stelde dat de situatie was ontstaan doordat verweerder bij eerdere toekenning geen rekening had gehouden met het nabestaandenpensioen.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van het pensioen en dat verweerder terecht het teveel betaalde bedrag met terugwerkende kracht had vastgesteld en teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij appellante ook geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van teveel betaalde uitkering wordt ongegrond verklaard.