ECLI:NL:CRVB:2024:1145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank bij schadevergoeding na omzetting ambtenaar naar burgerlijk recht
Appellante, een ambtenaar wier arbeidsverhouding per 1 januari 2020 is omgezet naar een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, verzocht de staatssecretaris om schadevergoeding wegens ten onrechte ingehouden salariskortingen in de periode december 2011 tot en met april 2019.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek omdat de omzetting naar burgerlijk recht betekent dat de civiele rechter bevoegd is voor dergelijke schadeverzoeken die na 1 januari 2020 worden ingediend. Appellante betoogde dat haar verzoek voortvloeit uit de bestuursrechtelijke arbeidsverhouding van vóór die datum en als een doorlopend verzoek moet worden gezien.
De Raad oordeelt echter dat het nieuwe verzoek om schadevergoeding geen voortzetting is van eerdere bestuursrechtelijke procedures, die steeds werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het verzoek dateert van na 1 januari 2020, waardoor de civiele rechter bevoegd is, ongeacht dat de schadeoorzaak vóór die datum ligt.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de aangevallen uitspraak bevestigd en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en verwijst appellante naar de civiele rechter voor haar schadeverzoek.