ECLI:NL:CRVB:2024:1125
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek toekenning uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). In 1996 en 1998 werden deze aanvragen afgewezen omdat niet was aangetoond dat appellant tijdens de Japanse bezetting vervolging had ondergaan. In 2022 verzocht appellant om herziening van deze afwijzingen, maar verweerder wees dit verzoek af.
De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing behandeld. De Raad concludeert dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Verblijven in bepaalde kampen werden niet als interneringskampen in de zin van de Wuv aangemerkt, en het overlijden van de vader in 1942 tijdens gevechtshandelingen kwalificeert niet als vervolging.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Appellant krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek blijft in stand.