ECLI:NL:CRVB:2024:1114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving sinds maart 2020 een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na een auto-ongeval. In 2022 werd haar arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld door het Uwv, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vaststelden dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het Uwv beëindigde daarom haar uitkering per 1 juni 2022.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen. De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende medische onderbouwing had gegeven om de vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst te betwisten en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de rechtbank terecht het besluit van het Uwv in stand hield en bevestigde de beëindiging van de WIA-uitkering. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.